In dit laatste blog uit onze serie over de rol en positie van de bestuurder van een B.V., staan enkele bijzondere gevallen van bestuurdersaansprakelijkheid centraal.

Aan het roer, maar de verkeerde koers gevaren – bijzondere gevallen van bestuurdersaansprakelijkheid

In dit laatste blog uit onze serie over de rol en positie van de bestuurder van een B.V., staan enkele bijzondere
gevallen van bestuurdersaansprakelijkheid centraal: de aansprakelijkheid voorafgaand aan de oprichting van de B.V., aansprakelijkheidsrisico’s ten aanzien van belastingschulden en pensioenpremies en
aansprakelijkheidsaspecten in het kader van een turboliquidatie. Wilt u weten hoe u in dit soort gevallen
persoonlijke aansprakelijkheid kunt voorkomen? Lees dan snel verder.

B.V. in oprichting

Voorafgaand aan de oprichting van uw B.V. kunt u al namens de ‘B.V. in oprichting’ (B.V. i.o.) handelen. Maar let op: zolang de B.V. niet is opgericht, bent u als toekomstig bestuurder aansprakelijk voor deze handelingen. Dit is dus een groot verschil met de opgerichte B.V., waarbij het vermogen van de B.V. is afgescheiden van uw privévermogen. 

Wanneer de B.V. eenmaal is opgericht, is het belangrijk dat de reeds door u aangegane verplichtingen nog door de B.V. worden bekrachtigd. Dat kan uitdrukkelijk, maar ook stilzwijgend. Als deze  bekrachtiging heeft plaatsgevonden dan gelden in beginsel de gewone regels van bestuurdersaansprakelijkheid. Maar blijft bekrachtiging achterwege? Dan blijft u in beginsel aansprakelijk voor de al aangegane verplichtingen.

Wij adviseren dus om voorzichtig om te gaan met het aangaan van verplichtingen voor de B.V. i.o. en u daarover  altijd te laten adviseren door een jurist.

Belastingschulden en pensioenpremies

Als de B.V. is opgericht rusten er op u als bestuurder veel taken en verantwoordelijkheden. Zo moet u bijvoorbeeld direct melding maken bij de Belastingdienst als de B.V. niet meer aan haar fiscale verplichtingen kan voldoen. Wacht u daar te lang mee? Dan wordt vermoed dat sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur in de zin van artikel 36 Invorderingswet. Wilt u in dat geval bestuurdersaansprakelijkheid voorkomen, dan moet u aannemelijk maken dat:

  • het u niet kan worden verweten dat de melding te laat is gedaan;
  • in de afgelopen drie jaar geen sprake is geweest van onbehoorlijk bestuur.

Deze bewijslast is zwaar en leidt in de praktijk in veel gevallen tot aansprakelijkstelling van de bestuurder. Maar wat is nu direct’?  In de meeste gevallen geldt een meldingstermijn van twee weken nadat de aanslag of aangifte betaald had moeten worden. Heeft u binnen deze termijn de betalingsonmacht gemeld? Dan kunt u slechts nog in het geval van kennelijk onbehoorlijk bestuur aansprakelijk worden gehouden. Dit is bijvoorbeeld het geval als u opzettelijk onjuiste aangiften heeft ingediend. 

Eenzelfde verplichting geldt als uw B.V. deelneemt in een bedrijfstakpensioenfonds. Kan de B.V. de pensioenpremies niet meer betalen, dan moet u dat binnen twee weken melden aan het pensioenfonds. Doet u dat niet? Dan bent u in beginsel aansprakelijk op grond van artikel 23 Wet verplichte deelneming bedrijfstakpensioenfonds.

Verkeert uw B.V. in zwaar weer? Blijft u dan aan het roer staan en beperk de kans op persoonlijke aansprakelijkheid door tijdig melding van betalingsonmacht te doen.

Turboliquidatie

Wanneer u wilt overgaan tot ontbinding van uw B.V. omdat u het roer om wilt gaan gooien, moet het vermogen van de B.V. worden vereffend en worden verdeeld onder de schuldeisers. Beschikt de B.V. niet meer over baten, dan kunt u overgaan tot ontbinding zonder vereffening. Dit wordt ook wel een turboliquidatie genoemd. Er is dan geen financiële afwikkeling meer nodig, ook niet als uw B.V. nog schulden heeft. Let daarbij wel op: een turboliquidatie kan niet worden misbruikt om schuldeisers te ontlopen en te benadelen. Als op het moment van ontbinding nog baten in de B.V. aanwezig zijn, tot voor kort nog waren of nog zijn te verwachten, dan kan sprake zijn van een persoonlijk ernstig verwijt als u toch tot turboliquidatie overgaat.  

Deze vorm van bedrijfsbeëindiging kan eenvoudig worden misbruikt. Vanwege de COVID-19 pandemie verwacht het kabinet bovendien dat een groot aantal ondernemers gebruik zal willen gaan maken van deze vorm van liquidatie. Hierom is in juni 2021 de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie in consultatie gegaan. Hierin worden nieuwe verplichtingen voor bestuurders voorgesteld, zoals  het deponeren van een slotbalans, uitdelingslijst en een verklaring voor het ontbreken van baten en het onbetaald laten van schuldeisers. Ook moeten schuldeisers worden geïnformeerd over de deponering van deze stukken. Niet nakoming van deze nieuwe verplichtingen rondom turboliquidatie zal naar het zich laat aanzien zelfs strafbaar worden gesteld. 

Heeft uw B.V. schulden en denkt u aan een bedrijfsbeëindiging? Ga dan zorgvuldig te werk. Wij raden u aan om advies in te winnen over de verschillende mogelijkheden en bijbehorende verplichtingen. 

Vragen?

Wanneer u meer informatie wenst over bijzondere gevallen van bestuurdersaansprakelijkheid, of juist op basis daarvan persoonlijk aansprakelijk bent gesteld, schroom dan niet om contact met ons op te nemen. Wij zijn gespecialiseerd in bestuurdersaansprakelijkheidsprocedures en helpen u graag verder.

Lees ook:

Image 01 Image 01