Faillissementsfraude: de bedrieglijke bankbreuk

In een serie blogs vertellen wij u meer over de strafrechtelijke aansprakelijkheid van bestuurders voor het plegen van faillissementsfraude. In het vorige blog stipten wij kort verschillende faillissementsdelicten aan. Dit keer gaan wij dieper in op de strafbaarstelling van de benadeling van schuldeisers, oftewel de bedrieglijke bankbreuk.

Bedrieglijke bankbreuk, wat zegt de wet?

Bedrieglijke bankbreuk door een bestuurder van een rechtspersoon is strafbaar gesteld in de artikelen 342 en 343 van het Wetboek van Strafrecht. Hierbij gaat het om gedragingen voorafgaand en tijdens een faillissement.

Het buitensporig uitgeven, verbruiken of vervreemden van middelen van de rechtspersoon kan u als bestuurder duur komen te staan. Als daardoor schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden zijn benadeeld, kan u dat namelijk een gevangenisstraf van twee jaar opleveren of een geldboete van maximaal € 90.000. Dit geldt als u daar als bestuurder aan hebt meegewerkt of daarvoor toestemming hebt gegeven.

Als u weet dat de hiervoor beschreven handelen de benadeling van schuldeisers tot gevolg heeft, kan dat zelfs resulteren in een gevangenisstraf van zes jaar. Dat risico loopt u ook als u enig goed – bijvoorbeeld een auto – aan de boedel onttrekt of schuldeisers wederrechtelijk bevoordeelt, terwijl u weet dat (andere) schuldeisers daardoor worden benadeeld.

Bedrieglijke bankbreuk in de praktijk

Hoe kijkt de rechter naar de bedrieglijke bankbreuk? Daarvoor kijken we naar een zaak die eind vorig jaar speelde bij de rechtbank Amsterdam. In deze zaak veroordeelde de rechtbank een bestuurder wegens het plegen van dit delict. Van belang voor dat oordeel was onder meer dat:

  1. de door de bestuurder gevoerde boekhouding niet aan de wettelijke eisen voldeed;
  2. de bestuurder lange tijd geld uit het vermogen van de vennootschap had onttrokken;
  3. de bestuurder veel meer geld had onttrokken dan de vennootschap kon dragen;
  4. het faillissement voor de bestuurder voorzienbaar was.

De rechtbank oordeelde dat de bestuurder vanaf een zeker moment niet-zakelijke onttrekkingen heeft gedaan, terwijl de bestuurder wist dat het slecht ging met de vennootschap en een faillissement aanstaande was. Daardoor zijn de schuldeisers in het faillissement benadeeld. Ook door het niet op de juiste wijze voeren van de boekhouding heeft de bestuurder het risico aanvaard dat daarmee schuldeisers werden benadeeld.

De rechtbank veroordeelde de bestuurder uiteindelijk tot een gevangenisstraf van zes maanden en een taakstraf van 240 uur.

Tips voor u als bestuurder

Strafrechtelijke vervolging wegens het benadelen van schuldeisers lijkt misschien een ver-van-uw-bed-show. Toch komt strafrechtelijk onderzoek naar faillissementsfraude steeds vaker voor.

Zorg er dus voor dat uw administratie altijd goed op orde is en wees terughoudend met het opnemen van geld of het doen van uitgaven als uw vennootschap in zwaar weer verkeert, met name als dit ziet op privéuitgaven. Hiermee beperkt u het risico op een strafrechtelijke vervolging zoveel mogelijk.

Mocht het toch zijn misgegaan of twijfelt u over het doen van een uitgave, neem dan contact met ons op. Wij helpen u graag.

Door Frédérique Vos & Michael van Hooft

Lees ook:

Image 01 Image 01