Faillissementsfraude: valsheid in geschrift

In het vorige blog in onze serie over faillissementsfraude besteedden we aandacht aan de bedrieglijke bankbreuk. Deze keer zetten we uiteen wat valsheid in geschrift is.

Valsheid in geschrift, wat zegt de wet?

Het plegen van valsheid in geschrift is strafbaar gesteld in titel XII van het Wetboek van Strafrecht. De wetsartikelen 225 tot en met 235 bepalen wanneer iemand zich hieraan schuldig maakt. Artikel 225 vormt daarbij de basis.

Het vervalsen van een schriftelijk stuk dat is bestemd om tot bewijs van iets te dienen is strafbaar als dat gebeurt met het oogmerk om het als onvervalst te (laten) gebruiken. De straf? Maximaal zes jaar gevangenisstraf of een geldboete van maximaal € 90.000. Degene die het vervalste stuk vervolgens opzettelijk gebruikt alsof het onvervalst is krijgt dezelfde straf.

Bijzondere vormen van valsheid in geschrift zijn onder meer het vervalsen van authentieke akten (zoals notariële akten), geneeskundige verklaringen en getuigschriften. Op deze bijzondere gevallen staat in plaats van zes jaar, zeven jaar gevangenisstraf.

Vervalsing van schriftelijke stukken komt ook voor in faillissementssituaties. Graag geven we u daarvan een interessant praktijkvoorbeeld.

Valsheid in geschrift in de faillissementspraktijk

Een sprekende zaak over valsheid in geschrift in een faillissementssituatie is de volgende.

De verdachte was bestuurder van een B.V. Deze B.V. werd in 2009 door de rechtbank in Amsterdam failliet verklaard. In de periode daarna kwam de bestuurder in het vizier van het Openbaar Ministerie (OM). Het OM verdacht hem onder meer van bedrieglijke bankbreuk en valsheid in geschrift. Zo zou de bestuurder opzettelijk gebruik hebben gemaakt van meerdere vervalste facturen (van andere concernvennootschappen) door deze te overhandigen aan de curator. Op deze manier zou de bestuurder een hoge vordering van de failliete B.V. op deze concernvennootschappen omlaag hebben willen brengen. Daarbij zou de vervalsing onder meer blijken uit:

  • afwijkende bankrekening- en BTW nummers op de facturen;
  • het gebruik van de oude naam van de failliete B.V.; en
  • een afwijkende lay-out van de facturen ten opzichte van andere reguliere facturen.

De rechtbank veroordeelde de bestuurder in 2015 voor een aantal feiten, waaronder valsheid in geschrift. Het Gerechtshof Amsterdam besloot in 2018 echter tot vrijspraak voor dit feit. Volgens het Gerechtshof bevatte het dossier onvoldoende bewijs voor de stelling dat er hier sprake was van opzettelijk vervalste facturen. Hierbij leek overigens wel mee te spelen dat het OM het dossier niet helemaal op orde leek te hebben. Zo ontbrak er een element in de dagvaarding en was bij een belangrijke getuige niet (voldoende) doorgevraagd.

De bestuurder werd door het Gerechtshof wel veroordeeld voor de bedrieglijke bankbreuk . Tegen die veroordeling ging hij in cassatie bij de Hoge Raad. Op 22 maart 2022 besloot de Hoge Raad dat het Gerechtshof het bij het juiste eind had. Slechts de duur van de opgelegde gevangenisstraf werd verminderd, van 21 naar 19 maanden.

Advies nodig?

Mocht u als bestuurder te maken krijgen met een curator die twijfelt aan de echtheid van uw administratie, met strafrechtelijke vervolging of met een wederpartij die valsheid in geschrift heeft gepleegd, neem dan contact met ons op. Wij helpen u graag verder.

Door Frédérique Vos & Michael van Hooft

Image 01 Image 01