Verkeert uw B.V. in staat van faillissement en stelt de curator u aansprakelijk voor het tekort? Lees dan snel verder.

Tussen wal en schip: bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement

In een serie blogs vertellen wij u meer over de rol en juridische positie van de bestuurder van een B.V. Zo behandelden wij in eerdere blogs de wettelijke verplichtingen van de bestuurder, onbehoorlijke taakvervulling en interne aansprakelijkheid en externe bestuurdersaansprakelijkheid als gevolg van een onrechtmatige daad. In deze blog komt de bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement aan bod. Verkeert uw B.V. in staat van faillissement en stelt de curator u aansprakelijk voor het tekort? Lees dan snel verder!

Faillissement

Als de B.V. in de toestand verkeert dat zij is opgehouden met betalen en meer dan één schuldeiser heeft, dan kan de vennootschap door de rechtbank failliet worden verklaard. Het faillissement kan worden aangevraagd door uzelf als bestuurder of door schuldeisers.

Kennelijk onbehoorlijk bestuur

Het Burgerlijk Wetboek bepaalt in artikel 2:248 dat de curator bestuurders in bepaalde omstandigheden aansprakelijk kan stellen voor het tekort in het faillissement. De curator kan dit doen als hij stelt dat u uw taak kennelijk onbehoorlijk hebt vervuld én aannemelijk is dat die taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement. 

Volgens de Hoge Raad kan hiervan alleen sprake zijn als u niet heeft gehandeld zoals van een redelijk denkend bestuurder in dezelfde omstandigheden mag worden verwacht. Dit is een open norm, die in de praktijk wordt ingevuld aan de hand van feiten en omstandigheden. Voorbeelden hiervan zijn:

  • privé onttrekkingen en spookfacturen;
  • geen onderzoek doen naar een nieuwe bestuurder;
  • in stand houden van het personeelsbestand ondanks de slechte financiële situatie en dringend advies; en
  • het leegtrekken van de vennootschap door dividenduitkeringen.

Schending van verplichtingen

In de eerste blog bespraken wij de taken en verantwoordelijkheden die op de bestuurder rusten. Daar maken de boekhoudplicht en de deponeringsplicht onderdeel van uit. Als u niet aan deze verplichtingen hebt voldaan, staat onweerlegbaar vast dat sprake is van onbehoorlijke taakvervulling. Daarnaast wordt dan weerlegbaar vermoed dat die onbehoorlijke taakvervulling ook een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Oftewel: als u hierop door de curator wordt aangesproken kunt u dit laatste vermoeden proberen te weerleggen door aannemelijk te maken dat het faillissement door andere omstandigheden is veroorzaakt. Lukt dit niet? Dan bent u aansprakelijk voor het tekort in het faillissement.

De beste stuurlui staan aan wal – enkele tips

Als u aansprakelijkheid voor onbehoorlijk bestuur wilt voorkomen, zorgt u er dan in ieder geval voor dat:

  • uw boekhouding op orde is;
  • de jaarrekeningen tijdig worden gedeponeerd;
  • u genomen bestuursbesluiten documenteert en onderbouwt;
  • u in het zicht van faillissement geen onrechtmatige onttrekkingen doet; en 
  • u zich laat adviseren door deskundige adviseurs.

Wordt u toch aangesproken door de curator voor het boedeltekort? Dan kunt u een beroep doen op matiging van het bedrag waarvoor u aansprakelijk wordt gesteld. In het geval van een meerhoofdig bestuur kunt u een beroep doen op disculpatie. U moet dan bewijzen dat de onbehoorlijke taakvervulling niet aan u is te wijten en dat u niet nalatig bent geweest in het nemen van maatregelen. Verder kan tijdige en transparante communicatie met de curator bijdragen aan een voortvarende afwikkeling van het faillissement.

Vragen?

Hebt u advies nodig bij een naderend faillissement of wordt u persoonlijk aansprakelijk gesteld door de curator, neem dan contact met ons op. Wij zijn specialisten op het gebied van faillissementsrecht en helpen u graag verder.

Lees ook:

 

Image 01 Image 01